De gemiddelde maaltijd is goed voor maar liefst 30.000 voedselkilometer. Veel van die kilometers zijn onnodig. Food Inspirations Maaike de Reuver vraagt zich in deze column af of het niet wat minder kan. 

Als je van Amsterdam naar Utrecht moet, rijd je niet via Eindhoven. En als je als Utrechtenaar je dagelijkse  boodschappen gaat doen, doe je dat niet in Maastricht. 

Toch is dat wel wat we doen in ons voedselsysteem. Foodproducenten rijden en vliegen van hot naar her de planeet over. Zo worden cashewnoten die we in Nederland eten in Afrika geplukt, waarna ze naar Azië verscheept worden – waar de noten gepeld worden – om ze vervolgens naar Europa te transporteren. Nederlandse noordzeegarnalen gaan na de vangst eerst naar Marokko om gepeld te worden, waarna ze weer terug komen zodat we ze hier gepeld en wel kunnen eten. Zo zijn ‘verse’ Hollandse garnalen dus minimaal tien dagen en zesduizend kilometer onderweg voor ze in de supermarkt liggen. Overigens komen de meeste garnalen die we in Nederland eten niet uit het Noordzeegebied, maar uit Azië. 

En zo kan ik nog wel even doorgaan. In Nederland eten we massaal aubergines uit Kenia en tomaten uit Marokko, terwijl wij onze Hollandse aubergines en tomaten naar het buitenland exporteren. Ook een groot deel van de uien die wij hier produceren gaat naar het buitenland, veelal naar Afrika. Jaarlijks exporteert Nederland maar liefst 175.698 ton uien naar Senegal. (Overigens worden al die uien getransporteerd in kunststof netzakken die na transport op een plasticafvalberg in Senegal belanden.) 

Totaal onlogisch, maar toch doen we het. Niet omdat het sneller is, maar omdat het goedkoper is. Want cashewnotenpellers in Azië zijn ‘goedkoop’. Evenals garnalenpellers in Marokko. En voor onze aubergines en tomaten krijgen we meer als we ze in het buitenland verkopen, dan als we ze zelf opeten. Zelfs als je de kosten voor alle omreiskilometers meerekent, komen producenten onderaan de financiële balans met deze routes positiever uit. 

100.000 voedselkilometers per dag, per persoon 

Maar positief voor het milieu is het niet, al die omreiskilometers. De gemiddelde maaltijd legt maar liefst 30.000 voedselkilometers af, zo berekende Sustainable Foodprint, een project dat er naar streeft de mondiale voetafdruk te verminderen. Dat zijn voor drie maaltijden per dag dus bijna 100.000 voedselkilometers per dag, per persoon. 

Niet de consument, maar de natuur bepaalt de prijs voor die enorme hoeveelheid voedselkilometers. Want het klimaatprobleem is groter dan ooit, maar toch blijven we als sector dagelijks die onnodige hoeveelheden CO2 uitstoten. Terwijl veel consumenten zich daar amper bewust van zijn. 

Bekijk hier de facts and figures over de klimaatverandering »

Moeten we dat niet eens veranderen? Wanneer gaan we in supermarkten grote rode vlaggen plaatsen bij producten met een astronomisch hoge footprint, zodat de consument ook weet welke producten dat zijn? En wanneer gaan foodbedrijven kritisch kijken naar hun transportroutes? Wanneer maken zij hun keuzes niet meer alleen op basis van de financiële balans, maar streven ze ook naar een positieve balans onderaan de streep van mens, dier en klimaat? 

Natuurlijk zijn er bedrijven die wel nadenken over hun footprint. Zo wil Johnny Cashew de omreiscashew de wereld uit hebben. Het bedrijf laat de noten pellen op de plek waar ze geplukt worden: in Afrika. Ook wordt er flink geïnvesteerd in machines die in Nederland garnalen kunnen pellen, zodat de garnalen niet meer heen en weer naar Marokko hoeven. En er zijn talloze boereninitiatieven die Nederlandse groenten direct aan Nederlandse consumenten verkopen. Zo levert Crisp groenten van boeren uit de omgeving aan huis, en ook boodschappenbox Boerschappen werkt met lokale producten. Echter, vaak zijn dit soort duurzame initiatieven ook duurder. Simpelweg omdat ze vaak nog nieuw en relatief kleinschalig zijn. 

Voetprintariër

Een hippe term in het hele voedselkilometerdebat is 'voetprintariër'. Dit zijn mensen die een dieet volgen waarmee ze een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk nagelaten. Klimaatkenner Kees Aarts schreef er zelfs een boek over: ‘De voetprintariër’, waarin hij tips geeft over hoe je modern kunt leven met een positieve voetafdruk. Ik vind het maar een naar woord, maar hoop desalniettemin dat we als sector wat meer voetprintarisch worden. Bewust, kun je het ook noemen.