Remco Beekman begon na het faillissement van zijn lunchroomketen ‘Lokaal’ uit wanhoop met het bakken van worstenbroodjes. Inmiddels produceert hij 5 miljoen worstenbroodjes per jaar en is zijn bedrijf Keilekker in 2026 goed voor een omzet van zo'n €6 miljoen. Zijn ego is hij met het faillissement kwijtgeraakt, maar zijn ondernemerschap gelukkig niet. Food Inspiration sprak met hem in zijn bakkerij in Den Bosch.
Als ik aankom bij de bakkerij in Den Bosch, word ik door Remco met een grote glimlach ontvangen. Hij is zichtbaar – en terecht – trots op zijn bedrijf. Hij laat me de productieruimte zien, waar 10 bakkers aan het werk zijn. Met de hand rollen ze ieder worstje zorgvuldig in een broodje. Vandaag worden er zo’n 10.000 worstenbroodjes gemaakt. “We maken alles met de hand. Daarmee zijn we de grootste ambachtelijke worstenbroodjesbakker van Brabant, en daarmee van Nederland, en daarmee van de wereld”, lacht Beekman.

Hoe Brabants zijn worstenbroodjes ook zijn, zo Brabants is Beekman zelf van oorsprong niet. Hij groeide op in Amsterdam en praat nog altijd met een Amsterdams accent. ‘Waarom ga je als Amsterdammer in de Brabantse worstenbroodjes?', vraag ik hem. Voor het antwoord op die vraag moeten we terug in de tijd.
Lokaal Horeca: van 10 locaties naar faillissement
Beekman (51) groeide op in Amsterdam en studeerde aan de Hotelschool Maastricht. Tijdens zijn studie kreeg hij verkering met een Brabantse dame. Voor haar verhuisde hij naar Brabant. Ze kregen samen een zoon.
Na zijn studie ging Beekman aan het werk bij een conceptontwikkelingsbureau, maar al snel ontstond in zijn hoofd een idee voor een nieuw horecaconcept. Hij werkte het concept uit, zegde zijn baan op en begon in 2005 voor zichzelf onder de naam ‘Lokaal Horeca’. Op diverse locaties – onder andere in sportkantines en in bedrijfsrestaurants – verzorgde hij vanuit zijn bedrijf de horeca-activiteiten. Op het hoogtepunt had Lokaal 10 locaties en 100 medewerkers.
“Ik voelde me de koning te rijk en vond het stoer om in de kroeg te zeggen dat ik weer een nieuwe locatie had geopend. Het bedrijf groeide snel en in het begin ging alles goed. Maar achteraf gezien denk ik dat ik te snel wilde groeien. Na een paar jaar stond de winstgevendheid onder druk en begon het op de locaties te piepen en te kraken.”
"Met spinaziesmoothies en luxe belegde broodjes kun je je bedrijf niet redden"
“Ik probeerde de boel nog te redden met nieuwe producten, zoals spinaziesmoothies en luxe belegde broodjes. Maar uiteindelijk red je daar natuurlijk je bedrijf niet mee. Naar de buitenwereld hield ik nog een tijd de schone schijn op, terwijl ik dagelijks gebeld werd door leveranciers die nog geld van me kregen. Het dieptepunt was het moment dat een medewerker mij belde om te vragen of ik zo snel mogelijk zijn salaris kon overmaken, omdat hij zijn huur moest betalen. Ik had alleen niet genoeg geld op de bank om hem te betalen. Op dat moment realiseerde ik me dat het echt niet langer kon. Dus ben ik naar de rechtbank gestapt en heb ik het faillissement aangevraagd.”
“Het moment dat ik bij de rechtbank zat en uit de mond van de rechter hoorde dat mijn bedrijf officieel failliet was, zakte de grond onder mijn voeten vandaan. Ik voelde me zo ongelooflijk ellendig en naakt. Het faillissement voelde echt als de hel op aarde. Alsof ik verschrikkelijk had gefaald als ondernemer. Er is in die tijd een foto van mij gemaakt door een bekende fotograaf, Vincent Nabbe. Als ik die foto nu terug zie, zie ik de ellende in mijn ogen.”

Beekman: “Tegelijkertijd was het faillissement ook een enorme opluchting. Ik kon eindelijk weer eerlijk zijn en hoefde geen mooi weer meer te spelen. Ik was failliet, dat was de waarheid. In diezelfde periode ging het in mijn relatie ook niet goed. Natuurlijk had het een met het ander te maken. Ik ben toen ook gescheiden. Je kunt je voorstellen dat ik het zachtjes uitdruk als ik zeg dat dat geen leuke periode in mijn leven was.”
Het ontstaan van Keilekker
Na het faillissement en de scheiding in 2014 zat Beekman flink aan de grond. Hij had geen werk en geen inkomen meer. Uit wanhoop begon hij met het bakken van worstenbroodjes. “Ik was vanwege mijn ex-vrouw en de kinderen in Brabant terechtgekomen en wist dat daar worstenbroodjes een ultieme guilty pleasure zijn voor zo ongeveer ieder moment van de dag. Ik kon in die tijd zelf ook wel wat pleasure én wat geld gebruiken, dus ben ik thuis begonnen met het bakken van worstenbroodjes.”
“Ik kocht de ingrediënten bij de supermarkt: €2 inkoop per worstenbroodje en ik verkocht ze voor €4. Eerst aan de buurvrouw, toen aan de buurvrouw van de buurvrouw, toen aan de broer van de buurvrouw van de buurvrouw. Zo kwam er steeds meer vraag naar de worstenbroodjes. Op een gegeven moment paste het niet meer in mijn eigen keuken, dus huurde ik voor €300 per maand een bakkerijtje in de stad. De bestellingen bleven binnenstromen en zo ontwikkelde ik mezelf van hobbybakker tot professionele worstenbroodjesbakker.”
"Meer omzet draaien wil ik niet, dat gaat gewoon niet. Ik wil continuïteit in mijn bedrijf"
Het kleine bakkerijtje groeide in 10 jaar uit naar een bedrijf met een omzet van €6 miljoen per jaar. Keilekker Brabantsche Worstenbroodjes heeft nu zo’n 100 medewerkers, waarvan er 45 in de bakkerij in Den Bosch werken en 55 op de vijf verschillende verkooplocaties in Tilburg, Amsterdam, Vught en Den Bosch. Keilekker levert aan bedrijven en consumenten – onder andere via Picnic – en verkoopt de broodjes daarnaast in de eigen verkooppunten. Levering gebeurt door eigen mensen - met name door 65+-ers.

Maximaal 20% groei per jaar
Beekman wil met Keilekker verder groeien, maar heeft zijn lessen geleerd. Het doel is 20% groei per jaar, niet meer. “Ik zou nog wel een winkel willen in Breda, Nijmegen en Eindhoven. En op Schiphol. Maar ik heb wel geleerd dat niet alles tegelijk kan en dat je beter in een gestaag tempo kunt groeien.”
Om niet in dezelfde valkuil te stappen als in de Lokaal-periode, heeft Beekman voor zichzelf een maximum groeipercentage van 20% per jaar ingesteld. “Ik krijg regelmatig telefoontjes van mensen die voor mij de marketing willen doen. Dan vraag ik: ‘ga ik dan meer omzet draaien?’ Natuurlijk zeggen ze dan ja. Waarop mijn antwoord is: ‘Laat dan maar, dat wil ik niet’. Dat gaat gewoon niet. Ik wil continuïteit in mijn bedrijf.”
Het doel: mensen blij maken
Ondanks de groeiambities, is het doel van Keilekker niet om zoveel mogelijk worstenbroodjes te verkopen. Beekman: “Mijn doel is mensen blij maken en goed voor mijn mensen zorgen. Worstenbroodjes zijn daarvoor het middel. In de bakkerij werken veel mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Werken in de reguliere horeca of in een kantooromgeving lukt hen vaak niet, maar hier in de bakkerij kunnen ze wel terecht. Het maken van een worstenbroodje is niet keimoeilijk. Het werk is zelfs best meditatief. Veel van onze medewerkers geeft het daardoor structuur in hun leven.”
Inclusief ondernemen
Keilekker heeft het PSO 30+-certificaat, een keurmerk voor sociaal werkgeverschap in Nederland. PSO 30+ toont aan dat minimaal 30% van het personeelsbestand bestaat uit mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Alleen bedrijven die koploper zijn in inclusief ondernemen en actief kansen bieden aan kwetsbare doelgroepen, hebben deze status.
.jpg)
Collegialiteit en productiviteit
Dat de bakkerij van Keilekker voor medewerkers een fijne werkplek is, valt me al snel op. De bakkerij heeft grote ramen waardoor het er licht is. En ondanks dat het buiten heet is, is het binnen lekker koel. Medewerkers van verschillende achtergronden zitten bij elkaar aan de werkbanken. Terwijl ik er rondloop, is een dove werknemer aan zijn collega’s met handen en voeten aan het uitleggen wat ‘roepen’ is in gebarentaal. Toch gaat die gemoedelijke sfeer en collegialiteit niet ten koste van de productiviteit: op een bord aan de muur wordt precies bijgehouden hoeveel broodjes er die dag geproduceerd worden en wat de kostprijs per broodje is. Wat die kostprijs is, houdt Beekman liever geheim. Maar aan de getallen op het bord te zien, zit hij er bovenop.
Om medewerkers fit te houden, heeft Beekman in de bakkerij een eigen sportschool laten bouwen. De bakkers kunnen er voor of na het werk terecht. Om het sporten te stimuleren, bouwen ze extra vakantieuren op tijdens de sportieve uurtjes: voor iedere drie kwartier dat ze sporten krijgen ze een kwartier vakantietijd.
Thuis in Brabant
Als ik Beekman vraag of hij ooit nog terug wil naar Amsterdam, antwoordt hij: “Nee joh, ik wil nooit meer weg uit Brabant en voel me hier inmiddels veel meer thuis dan in Amsterdam.” Na zijn scheiding ontmoette hij zijn huidige vriendin, met wie hij inmiddels 16 jaar samen is en met wie hij 2 kinderen heeft. “Mijn leven is nu hier. Mijn vader is een paar jaar geleden overleden, maar mijn moeder leeft nog. Ik heb haar vanuit Amsterdam ook naar Brabant gehaald, ze woont bij mij om de hoek. Ze is 74 jaar maar staat nog iedere woensdag op de markt in Den Bosch om onze worstenbroodjes te verkopen.”
Ondernemerslessen
Als ik vraag wat Beekman van de afgelopen 20 jaar ondernemerschap geleerd heeft, moet hij lachen. “Heel erg veel”, zegt hij. “Ik had in de begintijd van Lokaal best een groot ego. Ik vond het tof om op te scheppen over mijn eigen bedrijf. Het faillissement heeft me laten inzien dat dat misplaatste arrogantie was. Ik ben nu veel bescheidener en vind het spannend om nieuwe locaties te openen en grote stappen te zetten. Opnieuw te hard gaan, is echt mijn grootste angst. Over de bouw van de bakkerij in Den Bosch heb ik dan ook lang getwijfeld. We hadden de ruimte nodig, maar het was een flinke investering. Achteraf ben ik blij dat ik die stap gezet heb.”
.jpg)
3 ondernemerslessen van Remco Beekman:
-
“Vraag advies aan mensen die slimmer zijn dan jij. Zelf heb ik 3 mentors die ik geregeld om wijze raad vraag. De ene is een ervaren ondernemer die mij zakelijke adviezen geeft. De ander helpt me op financieel gebied en de derde is iemand die juist meer doorvraagt naar de persoon achter Remco de zakenman. Vroeger vond ik het niet nodig om advies te vragen, nu zou ik niet meer zonder willen.”
-
“Doe je oogkleppen af. Sommige ondernemers geloven zo hard in hun eigen droom dat ze niet meer zien wat er op de vloer gebeurt. Ik was ook zo iemand. Ik kon in de Lokaal-tijd niet realistisch naar mijn bedrijf kijken, terwijl ik dat wel had moeten doen.”
-
“Zorg dat geen enkele klant goed is voor meer dan 15% van je omzet. Daardoor word je afhankelijk van die klant en dat moet je als bedrijf niet willen.”