In 1933 was de vrouwelijke chef Eugénie Brazier de eerste chef die ooit in drie Michelinsterren in de wacht sleepte en dat voor twee restaurants. Drie sterren gingen dat jaar naar La Mère Brazier in het centrum van Lyon en naar het gelijknamige restaurant vlak buiten de stad . Hoewel een vrouw het precedent zette voor zo’n hoge culinaire erkenning, worden topkeukens vandaag de dag oververtegenwoordigd door mannen. Hoe hoger het niveau, hoe minder vrouwen er overblijven. Maria Canabal spreekt wereldwijd over de genderkloof in de keuken. “Talent kent geen sekse, maar onze industrie lijkt er nog altijd niet op ingericht om vrouwelijk talent daadwerkelijk te zien en te erkennen.”
Baltic Gastro Summit (BGS)
De Baltic Gastro Summit (BGS) is de grootste gastronomie- en hospitalityconferentie van de Baltische regio en vond op 5 en 6 mei 2026 voor de tweede keer plaats in Vilnius. Het evenement brengt internationale (sterren)chefs, wetenschappers en hospitalityprofessionals samen om te spreken over de toekomst van restaurants, gastvrijheid en foodcultuur. Thema’s variëren van innovatie met AI tot teammanagement, gastbeleving en duurzaamheid. Food Inspiration was er bij als pers.
Een van de sprekers tijdens het evenement was Maria Canabal, een Frans-Spaanse journaliste, auteur en pleitbezorger voor gendergelijkheid in de gastronomie. Ze is vooral bekend als oprichter van het Parabere Forum, een forum dat zich wereldwijd inzet voor vrouwen in de voedings- en horecasector.

“Als we kijken naar wie er kookt, is de verdeling scheef”, stelt Canabal. “Wereldwijd wordt 93% van het huishoudelijke kookwerk door vrouwen gedaan. Ook de instroom vanuit culinaire opleidingen is bemoedigend: gemiddeld is 48% van de afgestudeerden vrouw, en in een traditioneel culinair land als Frankrijk is dat zelfs 53%. Er studeren daar dus meer vrouwelijke dan mannelijke chefs af.”
“Maar zodra we kijken naar de werkvloer, begint de uitval. Van de professionele koks is nog 38% vrouw. Kijken we naar de absolute top dan stort dat cijfer dramatisch in naar slechts 18%.” De conclusie is volgens Canabal helder en pijnlijk: er is een overvloed aan vrouwelijk talent op de scholen, maar het ‘glazen plafond’-effect binnen de sector is onmiskenbaar. “Vrouwen krijgen minder betaald, ontvangen minder erkenning van vakgenoten en stromen om verschillende redenen eerder de branche uit.”
Oorzaken, patronen en achterliggende systemen
Om te begrijpen hoe we hier zijn gekomen, moeten we volgens Canabal terug naar de basis van de moderne keuken. In Frankrijk is het huidige keukensysteem weliswaar niet uitgevonden, maar de structuren zijn er wel gedefinieerd, stelt ze. “Auguste Escoffier nam hierbij het leger als model. De uniformen, de hiërarchie en de taal – denk aan termen als service, militaire, feu en garde – stammen rechtstreeks af van de krijgsmacht.”
Hierdoor is de keuken volgens Canabal een plek geworden die zwaar leunt op ‘harde waarden’ zoals hiërarchie, bevelen en dominantie. Daartegenover staan ‘zachte waarden’ zoals samenwerking, empathie en teamspirit. Wanneer je als professional – man of vrouw – van nature meer waarde hecht aan die zachte componenten, is de traditionele keuken geen prettige werkomgeving. Canabal legt de vinger op de zere plek: “De hele dag moeten acteren als iemand die je niet bent, is buitengewoon vermoeiend.”
Naast deze militaire structuur spelen er andere hardnekkige patronen. Canabal wijst allereerst op de heersende ‘clubmentaliteit’. Mannelijke chefs zijn gewend om met elkaar op te trekken, grappen te maken en na het werk wat te drinken. Vrouwen worden soms wel uitgenodigd, maar ze horen er volgens haar nooit écht bij.
Daarnaast is er het probleem van alledaags seksisme. Soms is dit heel direct, stelt Canabal. Ze deelt een voorbeeld van een stagiaire in New York die van haar chef te horen kreeg: “Je bent de eerste vrouw die hier werkt, en ik zorg dat je de laatste bent.” Soms uit het zich subtieler, bijvoorbeeld wanneer er van een vrouw in de brigade wordt verwacht dat ze harder werkt om te bewijzen dat ze haar plek verdient.
En volgens Canabal is er ook een olifant in de kamer die te weinig wordt belicht. “Seksuele intimidatie”, zegt ze direct. “Onze sector – de brede gastvrijheidsindustrie, inclusief catering, hotels en restaurants – staat in de top drie van sectoren met de meeste seksuele intimidatie. Als je erover nadenkt dat vrouwen in deze industrie te maken hebben met de op één na grootste loonkloof én dat we de sector zijn met de meeste intimidatie, dan is het geen verrassing dat er zo weinig vrouwen in de keuken overblijven.”
Cijfers over de genderkloof in keukens
-
93% van het thuiskoken wordt wereldwijd door vrouwen gedaan.
-
48% van de afgestudeerden van culinaire opleidingen wereldwijd is vrouw (in Frankrijk is dit 53%).
-
38% van de professionele koks is vrouw.
-
18% van de chefs op topniveau is vrouw.
-
Vrouwen verdienen wereldwijd gemiddeld 28% minder voor exact hetzelfde werk; de hospitalitysector heeft hiermee de op één na grootste loonkloof.
-
5% tot 33% is het percentage vrouwelijke sprekers op grote hospitalityevenementen.
-
7% en 4% zijn de percentages vrouwelijke chefs die erkenning krijgen bij grote awards (7% bij de divisie, 4% bij The World’s 50 Best). De James Beard Award vormt met 50% een uitzondering.
-
Gebalanceerde, diverse teams zijn volgens onderzoeken 40% innovatiever.
Gevolgen voor de sector: een noodzaak tot verandering
Volgens Canabal kan de sector het zich niet meer veroorloven om de status quo in stand te houden. “Na de coronacrisis keerde het medisch personeel terug naar hun banen en gingen tandartsen weer aan het werk, maar in onze industrie verliet maar liefst 40% van de mensen de sector. Ik ken geen enkel restaurant ter wereld dat momenteel niet op zoek is naar personeel. We hebben chefs nodig.”
“Het niet aantrekken en behouden van vrouwelijk talent betekent dat we een enorme vijver aan professionals mislopen. En het behouden van talent is cruciaal: een hoog personeelsverloop is onder aan de streep vele malen duurder dan een lege tafel in je restaurant. Onderzoek toont bovendien aan dat teams met een evenwichtige genderbalans veel respectvoller met elkaar omgaan, waardoor mensen langer blijven. Daarnaast stimuleert diversiteit innovatie. Een diverse groep brengt een stroom aan verschillende ideeën en achtergronden met zich mee, terwijl een team met enkel Fransen of Italianen vaak in dezelfde cirkels blijft denken.”
Lees ook
Conclusie van onze portretserie in zes stereotyperende steekwoorden
Wanneer aan mannelijke chefs wordt gevraagd waarom er zo weinig vrouwen in de fine dining werken, horen we volgens Canabal vaak twee argumenten: het is te zwaar en de uren zijn te lang. Canabal nuanceert dit beeld scherp. “Het werk is inderdaad zwaar, maar dat is het voor iedereen, of je nou man of vrouw bent. Bovendien zijn er ook allerlei andere zware beroepen, zoals verpleegkundige, waarin vrouwen juist zijn oververtegenwoordigd.”
Wat kan de sector doen?
Verandering is volgens Canabal een keuze. “Als we goede intenties en mooie woorden willen omzetten in realiteit, moeten we structureel actie ondernemen en zaken gaan monitoren. Elke avond controleren chefs en restaurateurs de omzet die binnenkomt in het restaurant”, stelt Canabal. “Op precies dezelfde manier zou je het welzijn van het personeel en de acties die iedereen implementeert moeten controleren en monitoren.”
De volgende concrete stappen kunnen volgens haar direct worden gezet:
Als chef of manager moet je de sfeer continu bewaken. Corrigeer medewerkers direct bij wangedrag en accepteer geen slechte behandeling van collega’s.
Meet en monitor de loonkloof binnen je eigen bedrijf. Canabal hamert op het belang hiervan: “Je kunt niet praten over dit soort onderwerpen op basis van ‘ik denk’ of ‘naar mijn mening’. We hebben data nodig.”
Denk aan comfortabele, passende uniformen en fatsoenlijke, gescheiden kleedkamers.
Durf de discussie aan te gaan over flexibiliteit. Waar het vroeger ondenkbaar was, sluiten steeds meer restaurants in het weekend of overdag om rust te creëren. Pas je roosters aan waar mogelijk (bijvoorbeeld door blokken van 14 of 15 dagen flexibeler in te richten) om tegemoet te komen aan de behoeften van het personeel.
Zoek bij de werving bewust naar diverse kandidaten. Zet daarnaast in op het mentoren van vrouwelijk talent. Het overdragen van het ambacht en de techniek zit in het DNA van onze sector; pas die overdracht specifiek toe op de ontwikkeling van vrouwen in de keuken.
Hoe zit het in Nederland?
Journalist en chef Sheila Struyck zoomde voor Food Inspiration in op vrouwen in de Nederlandse gastronomie met de portretserie 'Cheffen'. Hierin portretteerde zij zes vrouwelijke boegbeelden die de toon zetten in culinair Nederland: Margo Reuten (Da Vinci*), Angélique Schmeinck (SVH Meesterkok en CuliAir), Vanja van der Leeden (kookboekauteur en pop-up chef), Aggy Kan (Trattoria Mangiare), Zoë Lensen (Sal do Mar) en Mari Maris (groenteboerin en kookboekschrijver).
De rode draad door hun verhalen? Vrouwen benaderen gastronomie en ondernemerschap op een eigen manier. De strakke, militaire keukenhiërarchie maakt langzaam plaats voor een frisse wind, waarin een zachtere en meer feminiene aanpak centraal staat. Dit zijn de belangrijkste geleerde lessen (learnings) uit de serie:
Waar mannen in de keuken vaak technisch bezig zijn met constructies en trucjes, focussen vrouwen zich intenser op de pure smaak door voortdurend te proeven. "Er wordt sowieso niet meer genoeg geproefd in de professionele keuken. Ik denk echt dat het komt omdat er maar zo weinig vrouwen aan het roer staan," aldus Mari Maris.
De aanwezigheid van vrouwen verandert de sfeer, de gespreksstof en het niveau in de brigade op een positieve manier. Het voorkomt dat mannelijke collega's tegen elkaar uitvallen of zich louter uitsloven om indruk te maken op de chef; het trekt het team naar een hoger plan.
Vrouwelijke ondernemers tonen vaak een grotere maatschappelijke betrokkenheid. Dit varieert van het bieden van kansen aan zijstromers of mensen met een lastig verleden (zoals Aggy Kan doet), tot het openlijk doorbreken van taboes rondom onze relatie met voeding (Vanja van der Leeden).
Vrouwelijke chefs blazen over het algemeen minder hoog van de toren over hun prestaties dan hun mannelijke generatiegenoten. Daarnaast hanteren ze een minder schreeuwerige leiderschapsstijl. Angélique Schmeinck stelt: "Ik ben wel strak als ik leiding geef, maar schelden hoeft echt niet. Voor niemand."
Vrouwelijke leiders staan midden in hun team en stropen zelf net zo hard de mouwen op. Leidinggeven gebeurt op een toegankelijkere manier, waarbij uitgebreide voor- en nabesprekingen met het personeel cruciaal zijn om fouten constructief te herstellen.
Vrouwen voelen vaak de noodzaak om 'hun mannetje te staan' en nóg harder te werken om respect af te dwingen of te bewijzen dat ze thuishoren in de keuken. Dit loeiharde werken eist echter mentaal en fysiek zijn tol, waardoor veel vrouwelijk talent rond hun dertigste op het punt van omvallen staat of afhaakt.