Het is vandaag precies een jaar geleden dat Jonnie Boer overleed. Voor zijn uitvaart schreef ik hem een persoonlijke herinnering, waarin ik hem de Cruijff van de gastronomie noem. Nu deel ik deze brief met jullie. Opdat we niet vergeten hoe groot zijn betekenis is geweest voor de Nederlandse gastronomie.

30 april 2025

Toon Hermans dichtte het volgende:

En Vincent zag het koren
En Einstein het getal
Zeppelin de zeppelin
En Johan zag de bal.

Het gedicht is sinds jouw vertrek niet af. Dit is mijn ode aan jou.

Alles wat je kookte was eigen,
wat je voelde was creatief.
Wat je vertelde was scherp,
wat je verspreidde was positief.

Je liet zien hoe het kon,
trouw aan jezelf.
Niemand's kopie.
Net als Johan, ben je een genie.

Ik heb een paar dikke tranen gelaten toen ik hoorde van je plotselinge dood. Daarna ben ik artikelen gaan schrijven voor onze website omdat ik je nalatenschap wilde eren. Ik heb geschreven dat ik je een geweldige kerel vond, hoe fijn ik het vond om met jullie samen te werken, hoe ik onder de indruk was van je creativiteit en eigenheid, hoe knap ik het altijd heb gevonden dat je met beide benen op de grond bent gebleven.

Lees ook

Jonnie Boer (60) van De Librije overleden: visionair van de gastronomie

Nederland verliest meest invloedrijke chef-kok

Ik heb ook gezegd dat je een geweldige ambassadeur bent geweest voor het hele vak – niet alleen voor De Librije. Hoe je duizenden collega’s hebt geïnspireerd en bezield. Hoe je een voorbeeld was met je boodschap: niet kopiëren, maar inspireren! Zoek je eigen stijl, maak gebruik van het beste wat je omgeving te bieden heeft, bezorg gasten een onvergetelijke avond!

En terwijl het sterrencircus steeds groter werd en jij beroemder, bleef jij altijd trouw aan die uitgangspunten. Boer maak je niet gek.

Ik weet nog goed dat we – Django, Evert, Lukas, jij en ik waren erbij betrokken - een schitterend filmpje hebben gemaakt voor Chefs Revolution, waarin jij in je sloep vaart op het water in Giethoorn. Je was wat watermunt aan het oogsten, en op een gegeven moment is er een droneshot boven je sloep dat hoger en hoger de lucht in stijgt, tot het beeld zich vult met water, groen, en diep beneden jij – in die sloep. En intussen klinkt die schitterende muziek: “You can never stop me, this is what I’m made of.”

In Giethoorn was je thuis. Je kwam er tot rust. En als ik nu naar die video kijk, zie ik niet alleen de camera opstijgen, maar ook jou – zo rechtstreeks naar het licht vol liefde dat op je wacht.

Je was voor mij veel meer dan een beroemde kok, iemand met wie het leuk was om een verhaal te maken. Ik had bewondering voor je. Ik kon met je lachen. Ik respecteerde je houding, mentaliteit en bezieling enorm. Ik voelde vriendschap voor je.

En nu ben je een ster geworden die fonkelt in de nacht.

Ik wil je nog een heel persoonlijke sensatie meegeven. Een helder gevoel dat ik kreeg na je dood. Ik reed dinsdagochtend 29 april met de auto van het ouderlijk huis in Haastrecht – waar mijn moeder van 94 nog zelfstandig woont – naar ons kantoor in Ede. Ik nam de afslag naar de Hoenkoopserijweg – een landelijke polderweg met graslanden en jong groen tot aan de einder, een molen, enkele kerktorens en boerderijen.

Ik moest aan je denken – je voelde zeer dichtbij - en het was alsof ik terug de tijd in reed. Het bracht me naar mijn jonge jaren, toen ik als zaterdagse postbode op de fiets door weer en wind op deze weg vroeg langs de boerderijen de post bezorgde. En ik me toen afvroeg wat ik moest gaan doen met mijn leven.

Praktisch was ik niet. En dat maakte een toekomst in het dorp onmogelijk, voelde ik. Ik moest deze geborgen plek verlaten om een beroep te vinden waar ik met mijn theoretische kwaliteiten een boterham zou kunnen verdienen. En tegelijkertijd mijn bestemming zou vinden.

Het werd een lange reis. Toen ik mijn studie aan het afronden was, kwam ik in contact met de Misset in Doetinchem, en later startte ik als compagnon met Food Inspiration. En de horeca, de restaurantwereld, de gastvrijheid – en later trends, transities en voedselsystemen – werden mijn onderwerp. En toen ik begon, begon jij ook zo ongeveer, zo’n 40 jaar geleden.

Ik had een missie. Ik vond de horecajournalistiek saai, niet urgent, en alleen maar praktisch of cynisch. Ik miste duiding, diepgang, passie, trends, beleving en bezieling. Ik zag de totale output van horeca als iets dat veel breder is dan economie alleen: de opbrengst aan cultuur, empathie, verbinding, vertrouwen, geluk, genot – de gelaagdheid van het product dat de sector brengt aan mens en maatschappij is zoveel rijker dan een verlies- en winstrekening.

Het vak verdiende in mijn ogen meer respect. Met mijn theoretische kwaliteiten wilde ik laten zien dat de praktijk in niets onderdoet voor alle theoretische beroepen – beroepen die in mijn ogen ten onrechte hoger gewaardeerd werden. Ik wilde helpen met de emancipatie ervan: goede horeca is namelijk cultuurgoed.

En nu weer naar jou.

Toen ik dinsdagochtend door de polder reed, besefte ik dat jij de belichaming was van alles wat ik verlangde van dat mooie vak. Iemand die liet zien hoe mooi het restaurant, smaak en gastvrijheid kunnen zijn. Hoeveel bezieling, energie en creativiteit er nodig is om aan de top te komen en te blijven. Wat jij hebt gepresteerd – samen met Thérèse – grenst namelijk aan het ongelooflijke. Je bent de Cruijff van de gastronomie. En ik ben een van je fans.

Bedankt Jonnie, voor wie je was en wat je hebt laten zien aan de wereld.

Weet daarboven dat Thérèse en het bedrijf me altijd kunnen bellen als ze hulp nodig hebben. Je plotselinge vertrek is voor je gezin en alle medewerkers van De Librije een hele zware opgave. Maar ik weet ook dat ze sterk zijn en – net als jij hebt gedaan – hun eigen weg gaan vinden.

En als het mijn tijd is en ik je daarboven vind, dan krijg je de omhelzing die ik je altijd heb willen geven.

Hans Steenbergen