Een goed horecainterieur is meer dan een mooie ruimte. Het moet iets doen met de gast: uitnodigen, verrassen, comfortabel voelen, nieuwsgierig maken en vooral passen bij het verhaal van de zaak. Volgens hospitalitydesigners Jeroen Smeele (Smeele Design), Wieke Harting (Studio Wieked) en horecadondernemer Sippien Baarsma zijn dit de belangrijkste do's en don'ts op interieurgebied.

  • Sippien Baarsma is mede-eigenaar van The Feast Family. Binnen de horecagroep ontwierp ze onder meer de interieurs van The Streetfood Club, Ruby Rose, WT Urban Kitchen en Carmel Market in Utrecht. Daarnaast runt ze samen met Joep van den Bersselaar verschillende horecazaken, waaronder Morrow, Vegitalian en Peps.
  • Jeroen Smeele van Smeele Design is veelal actief in het topsegment van hospitality en gastronomie. Hij is onder meer verantwoordelijk voor het interieur van Fred** in Rotterdam, Beluga* in Maastricht, Parkheuvel** in Rotterdam en Mano in Haarlem.
  • Wieke Harting van Studio Wieked deed de styling van 215 Domino’s Pizza Benelux-winkels, de pop-uphotelkamer in Madurodam en Belvilla, en verzorgde hospitalityshowroomstyling voor kantoormeubelenleverancier Vepa. Ze is winnaar van de IN Award ’25 voor Beste Interieurontwerper Zakelijk.

Lees ook

3 designers over de veranderende interieurtrends in de horeca

Van hoekig naar rond en van eyecatcher naar totale beleving

10 do’s

1. Ontwerp vanuit je identiteit, niet vanuit een trend

Do: begin met de vraag: wie ben je en wat wil je als horecazaak vertellen?

Wieke Harting is daar uitgesproken over: een trend mag nooit leidend zijn. Kleur, materiaal en vorm moeten passen bij de identiteit van de zaak. Een interieur dat alleen een trend probeert te volgen, voelt volgens haar onmiddellijk minder authentiek. Sippien Baarsma sluit zich daarbij aan: “De ziel ontbreekt wanneer een interieur klakkeloos is gekopieerd. De gast voelt juist de liefde die jij in de details stopt.” Jeroen Smeele zegt hierover: “Trends moet je niet blind kopiëren, maar kijk als ondernemer wel goed naar het veranderende gastgedrag. Wanneer je ziet welke behoeften ontstaan, kan je daar ook met je interieur tijdig op inspelen.”

Beluga Loves You (Jeroen Smeele)

2. Maak van comfort een ontwerpprioriteit

Do: investeer in zitcomfort, akoestiek en verlichting.

Volgens de designexperts zijn zitcomfort, akoestiek en verlichting de basisvoorwaarden van ieder goed horecainterieur. Je kunt nog zo’n spectaculair interieur ontwerpen, maar als gasten elkaar niet kunnen verstaan, oncomfortabel zitten of hun bord nauwelijks kunnen zien, werkt het niet.

3. Geef de gast een reis door de zaak

Do: denk niet alleen na over de tafel, maar over de hele route van de gast.

Smeele ziet de toekomst van de topgastronomie steeds meer als een culinaire rondreis binnen een restaurant. De gast hoeft niet per se vier uur op dezelfde stoel te blijven zitten. Een aperitief in de ontvangstruimte of een klein gerecht in de keuken kunnen allemaal bijdragen aan extra beleving. “Je moet continu blijven boeien om relevant te blijven.”

Restaurant Fred (Jeroen Smeele)

Lees ook

Trend: onvergetelijke rondleiding door het restaurant als onderdeel van de beleving

Alchemist** en Enigma* als inspirators in ‘doolhof aan ervaringen’

4. Gebruik het interieur om de gast te prikkelen

Do: laat iets gebeuren dat de gast niet verwacht.

Voor Smeele zit een deel van de kracht van horeca in kleine verrassingen. Het doel is om steeds meer variatie in het horecabazoek te brengen, waardoor je je gast prikkelt. Hij noemt bijvoorbeeld een tafel die tijdens de avond tussentijds van decoratie verandert: het linnen verdwijnt, of het servies wisselt in stijl. Hetzelfde geldt voor zichtlijnen. Een doorkijkje, een onverwachte ruimte of een plek die pas later zichtbaar wordt, wekt de nieuwsgierigheid.The Streetfood Club Breda (Sippien Baarsma)

5. Werk met alle zintuigen

Do: ontwerp met een knipoog.

De experts benadrukken de zintuiglijke gelaagdheid van een interieur. We willen weer echte dingen aanraken en voelen. Harting: “Niet alles hoeft glad, perfect of nieuw te zijn. Denk aan reliëf in wanden, textuur in stoffen, ribbelglas, hout dat mooier wordt naarmate het ouder wordt of materialen die je letterlijk wilt aanraken.” Ook Jeroen Smeele spreekt over tactiliteit: “Oppervlakken mogen structuur hebben en materialen mogen rijker en voelbaarder worden.”

6. Combineer oud en nieuw

Do: voeg karakter toe door materialen en meubels met een geschiedenis te gebruiken.

Baarsma gebruikt graag een oud meubel tussen nieuwe interieurstukken.. Juist met dat ene afwijkende element voorkom je dat alles uit dezelfde houtsoort, dezelfde kleur en dezelfde afwerking bestaat. Harting ziet eveneens veel waarde in hergebruik. Een oude deur kan bijvoorbeeld een nieuwe functie krijgen als tafel of barfront. “Het hoeft niet allemaal nieuw te zijn om hoogwaardig te voelen. “Volgens Harting is er juist een groeiende waardering voor materialen die daadwerkelijk oud zijn en sporen van gebruik dragen.

Shworoom Vepa (Wieke Harting)7. Durf verschillende sferen binnen één zaak te maken

Do: gebruik hoogte, licht, geluid en zitplekken om verschillende settings te creëren.

Een restaurant hoeft niet overal dezelfde sfeer te hebben. Volgens Smeele kunnen verschillende zithoogtes, lichtniveaus en akoestische zones helpen om meerdere sferen binnen één interieur te creëren.

Dat sluit aan bij het veranderende gedrag van gasten. Een horecazaak is steeds vaker niet alleen een plek om te eten, maar ook om te borrelen, te ontmoeten, te vieren of langer te blijven hangen. Een interieur mag dus gedurende de dag en avond verschillende rollen vervullen.

Harting: “Zie een horecazaak niet als een statisch decor. Steeds meer ondernemers proberen met hun zaak op verschillende consumptiemomenten in te spelen. Een plek kan ’s ochtends een ander publiek aanspreken dan ’s avonds en kan met events, muziek, lange tafels of andere programmering veranderen van karakter. Het interieur moet die flexibiliteit kunnen ondersteunen.”

Domino's Alblasserdam (Wieke Harting)

8. Laat het concept doorlopen tot in de details

Do: denk verder dan wanden, vloeren en meubels.

Voor Baarsma klopt een concept pas wanneer het tot in elk detail klopt. Van servies tot personeelskleding en van muziek en menukaarten tot de manier waarop gerechten worden gepresenteerd: alles speelt mee.

De prachtige cocktailbekers van cocktailbar Rum Club en de met roosjes gedecoreerde serveertoren voor negen kleine gerechtjes van Ruby Rose zijn daar goede voorbeelden van. Zulke elementen maken het concept tastbaar. Het interieur wordt daarmee onderdeel van de totale hospitality-ervaring. “Een horecaconcept is een complete puzzel van heel veel individuele keuzes die met elkaar moeten kloppen.”

Ruby Rose (Sippien Baarsma)

9. Werk met rondingen en zachte vormen

Do: ronde tafels, zachte materialen en organische lijnen.

Waar de horeca jarenlang werd gedomineerd door staal, beton, rechte lijnen en een vrij harde uitstraling, komen nu ronde vormen, zachte materialen en organische lijnen terug. Dat maakt een ruimte volgens de experts intiemer, aaibaarder en vrouwelijker. Smeele: “Gasten van nu willen oesters, cocktails en bubbels, en dat vrouwelijk zie je ook terug in het interieur.”

10. Gebruik rijke, warme kleuren met diepte

Do: rijke kleuren, maar niet schreeuwerig; diepte zonder felheid.

De drie interviews wijzen op een verschuiving van het koele, neutrale interieur naar een warme, diepe en huiselijke uitstraling. Harting: “Enerzijds heb je de diepe warme tinten – burgundy en pruim, met perzik en botergeel als accent –, anderzijds de aardse tinten waarin het vlakke beige diepte krijgt – donkerzand, oliegeel en goudbruin, met olijfgroen als accent. Harting vat het mooi samen: “Allemaal rijke kleuren, maar niet schreeuwerig. Wel diepte, geen felheid. Ik denk dat we weggaan van de cleane fifty shades of cappuccino-stijl.”

Morrow (Sippien Baarsma)

7 don’ts

1. De zwarte stalen deur

Met een stalen deur is niets mis, maar de zwarte stalen deur met ‘normaal’ glas in de horeca is passé. Het glas mag een tactiliteit bevatten, bijvoorbeeld ribbelglas. Steeds vaker krijgt het metaal een andere kleur dan zwart. Harting: “Er komt letterlijk een nieuwe laag overheen, waardoor het weer van deze tijd wordt.”

2. Nep oud

Het draait om ambachtelijkheid. Dus we willen geen meubels meer met een kunstmatig gecreëerde verweerde uitstraling. “Het nep-oud”, aldus Harting. Baarsma sluit zich daarbij aan: “Meubels moeten echt oud zijn of op een natuurlijke manier zijn verweerd. Dat verschil voel je.”

3. Neonletters met plastic botanische achtergrond

Zet geen neonletters, plastic plantenwand of een fotogeniek object neer omdat je denkt dat mensen dan foto’s gaan maken. Baarsma: “Een Instagrammable hoekje was een paar jaar terug vernieuwend, maar wanneer iedere zaak hetzelfde trucje toepast, verdwijnt juist de onderscheidendheid.” Als je iets voor social media doet, moet het volgens haar origineler zijn dan wat er al bestaat. “Een gast prikt er echt doorheen.”

4. Pinterest plunderen

Baarsma merkt op dat sommige interieurs sterk op elkaar beginnen te lijken, met dezelfde lampen, krukken en ideeën die op Pinterest rondgaan. De drie experts benadrukken het belang van een eigen identiteit: trends kunnen zeker inspireren, maar komen het best tot hun recht wanneer ze worden vertaald naar een interieur dat past bij de zaak en het verhaal erachter.

5. Wit, beton en veel rvs

Baarsma: “De koele, cleane interieurs met veel wit, beton en rvs maken steeds vaker plaats voor een zachtere en meer uitnodigende uitstraling.”

6. Felle legokleuren

Harting: “Felle legokleuren zien we steeds minder terug in horeca-interieurs. Vooral primaire kleuren voelen al snel hard en weinig huiselijk aan, terwijl restaurants juist steeds vaker inzetten op warmte, rust en comfort.”

7. Leren schorten en sloophout

“Interieurs worden vrouwelijker; het wordt zachter, aaibaarder en ronder. De tijd van schoolbankjes, leren schorten, mannen met baarden en sloophout is echt voorbij”, aldus Smeele.