De gast van nu wil wel uit eten, maar zonder de financiële kater. De trend in de horeca is niet meer luxe en verfijning, maar betaalbaarheid en eenvoud. Wel belangrijk: een knusse setting. Linnen op tafels wordt vervangen voor een bordspel en langoustines maken plaats voor escargots. Wat zijn de nieuwe succesformules?
Met de aanhoudende inflatie en stijgende lasten kiest de gast tegenwoordig minder snel voor een avond uitgebreid tafelen met een gepeperde rekening. Desondanks blijft er behoefte aan gezelligheid en goed eten buiten de deur. Daarom openen steeds meer ondernemers zaken waar de gemiddelde besteding bewust laag ligt.
"Budgetrevolutie in de horeca"
Culinair journalist Mara Grimm spreekt van een budgetrevolutie in de horeca. "Na jaren van stijgende prijzen, peperdure lattes en absurd geprijsde bijgerechten groeit de honger naar restaurants waar je goed kunt eten zonder je bankrekening te hoeven plunderen." Vorige week lanceerde Grimm een nieuwe rubriek in Het Parool: 'Onder de 50'. Daarin bespreekt ze horecazaken waar je voor minder dan €50 per persoon eet en drinkt. "De hoeveelheid enthousiaste reacties was veelzeggend: de behoefte aan betaalbaar uit eten gaan is groter dan ooit", aldus de culinair journalist.
"Goedkoop is het nieuwe chic in de horeca budgetrevolutie"
"Voor een groeiende groep eters zijn de huidige restaurantprijzen simpelweg te hoog geworden", zo stelt ook Grimm. "Maar ook wie het wél kan betalen, kiest steeds vaker voor eenvoud. Tegelijkertijd speelt er iets fundamentelers: een stille afrekening met de eindeloze fine-diningmenu’s die jarenlang de gastronomische norm waren. Als tegenreactie ontstaat een nieuwe generatie betaalbare restaurants - waar je vaak boven verwachting lekker eet. Het idee dat goede restaurants per definitie duur zijn, begint daardoor te wankelen. Daarmee verdwijnt ook het taboe op low budget. Sterker nog: goedkoop is het nieuwe chic."
Gouden greep voor de horeca
De beweging richting eenvoud blijkt voor veel ondernemers een gouden greep. Een laagdrempeliger concept vraagt immers ook om minder hoog opgeleid personeel, een eenvoudigere mise-en-place en lagere inkoopkosten. Betaalbaarheid is dus het nieuwe verdienmodel in tijden van stijgende kosten en veranderend consumentengedrag. Concepten waarbij de gemiddelde besteding zo’n €60 per gast is, zijn de nieuwe succesformules. Maar alleen betaalbaarheid is niet genoeg voor een succesvol concept…

Welke concepten werken?
Restaurants met een toegankelijke uitstraling, in een knusse setting met simpele, maar kwalitatief goede gerechten voor een eerlijke prijs, blijken nu het volledige antwoord te zijn op wat scoort. Ook belangrijk: een concept dat klopt van A tot Z en tot in detail wordt doorgevoerd: van interieur tot menukaart en merkverhaal. Het restaurant mag flink wat couverts tellen, maar zonder dat de gast ervaart dat de zaak groot is. In deze horecazaken mag het servies ook verschillend zijn, vullen gasten zelf hun waterglas bij met een fles die op tafel staat, vissen ze zelf het bestek uit een houder op tafel en genieten ze van gerechten die zijn bedoeld om te delen. Er hangt een huiselijke sfeer en het keukenteam heeft geen pincet nodig gehad bij de opmaak van de borden. Hoewel laagdrempeligheid de sleutel is, maken gasten er wel graag een complete ervaring van door luxe producten, zoals oesters of een bubbel als aperitief, bij te bestellen.
Wat hebben succesvolle horecaconcepten met elkaar gemeen?
-
Toegankelijke menukaart met eerlijke prijzen
-
Warme, knusse setting
-
Geen sterrenniveau, maar wel goede kwaliteit
-
Alledaagse, herkenbare gerechten, ook om te delen
-
Gemiddelde besteding per gast rond de €60
-
Water dat door de gast zelf wordt bijgeschonken en bestek dat klaar ligt op tafel
Comfort, herkenbaarheid en betaalbaarheid
“Waar een paar jaar geleden zelfs laagdrempelige horeca experimenteerde met fine dining-stijl gerechten, focus op groente en complexere bereidingen, is de vraag van de gast nu veel meer gericht op comfort, herkenbaarheid en betaalbaarheid", zegt ook horecaondernemer Xander Waller, eigenaar van onder meer fine dining-zaak Entrepot, maar ook eetcafé De Reiger. "De gast is kritischer geworden, het aanbod groter. Mensen willen weten wat ze krijgen, willen genoeg eten, en zoeken plekken waar ze zich op hun gemak voelen.”
Voorbeelden uit de praktijk
-
Paloma in Utrecht speelt goed in op de genoemde trends. Deze Spaanse eetbar in het centrum van Utrecht biedt plek voor ruim 300 gasten. Het restaurant combineert shared dining met livemuziek. Per avond worden er in twee shifts zo’n 500 tot 600 gasten bediend. “Gasten krijgen steeds iets nieuws voorgeschoteld – zonder dat ze lang op eten hoeven te wachten. Ook wordt er rondgelopen met pinxtos”, vertelt mede-oprichter Wichert van Rijn.
-
Uit dezelfde horecafamilie komt wijn- en eetbar Ruby Rose in Utrecht – bekend om het flamboyante en Instagramwaardige interieur. Deze zaak sinds de openingsdatum in 2019 nog steeds enorme volumes. Ondanks de zeer hoge omloopsnelheid wordt bijna alles vers bereid. Ruby Rose heeft een shared dining-concept met 165 zitplaatsen. Het duurste gerecht is €16 voor pata negra-ham. Hardlopers zijn het frietje truffel van €6,00 en de pizza’s van €9. Gasten bestellen met z’n tweeën gemiddeld zo’n zeven gerechten. De gemiddelde besteding per gast is er €60, inclusief drank.
-
Horecaondernemers Michiel van der Eerde, Nick van der Meer, Tom de Rooij en Jasper Albers zagen in de combinatie van gezellig en betaalbare kwaliteit ook een gat in de markt. In maart 2026 openden zij de deuren van Nederlands eerste bouillon; Bouillon d’Amsterdam. 150 gram Noordzee tong voor €12,80, mosselen voor €13,10 en een steak met friet voor €16,90. Dat zijn de prijzen die er worden gevraagd. "Je kan er ook terecht voor alleen een hoofdgerecht voor €15. Voor dat bedrag is het weer leuk om uit eten te gaan in Amsterdam en kom je ook nog een keer terug”, stelt Van der Eerde.
-
De Franse bistro is vanwege de betaalbaarheid en het knusse karakter ook razend populair. Hier weten gasten wat ze kunnen verwachten. En met een portie (extra) frietjes erbij weten ze bovendien zeker dat ze voor die avond genoeg gegeten hebben. Uiteraard kunnen gasten er ook veel geld uitgeven met opties als een volledige menu, inclusief oesters en een bijzondere fles champagne. Maar je kunt er ook voor €30 klaar zijn en na een caesar salad en een glas chardonnay binnen een uur weer buiten staan.
-
Op vijf minuten loopafstand van station Amsterdam Centraal, opende eind 2025 café-restaurant No Nonsense. Bier kost er nog geen €3, een kom soep €6 en een hoofdgerecht €15 per persoon. Het oogt luxe, maar met de sfeer van een cafe. “Dat is ook precies wat we willen uitstralen”, vertelt mede-eigenaar Jockem Becker. “Chique looks, maar geen chic gedoe”, zo vat hij samen. “We zijn geen studentencafé, maar een plek waar borrelen en eten naadloos in elkaar overlopen. De service is voor ons het allerbelangrijkste en het eten moet kwalitatief goed zijn. Zonder poespass en betaalbaar. Dat kan nog steeds, ook in Amsterdam.”

Economische tegenwind in topgastronomie
De verschuiving naar betaalbaarheid is ook in de topgastronomie voelbaar. Een zesgangenmenu voor €150? “Dan komen mijn gasten niet meer terug”, zegt ook sterrenchef Bram Stoverink van Olde Marckt in Aalten. “Ons vijfgangenmenu kost €80. Dat is prima. Ik hoef het niet duurder te maken om goed te koken. Desondanks beknibbel ik niet op de inkoop.” Na corona merkte Stoverink dat het publiek veranderde. “Toen was niets te gek: het geld brandde in iedereens zakken. Maar nu letten mensen meer op wat ze uitgeven. Dan moet je eerlijk blijven in wat je aanbiedt.”
Lees ook
Tips voor een slimme en trendy snackkaart
De haute cuisine in Nederland worstelt in meerderheid met economische tegenwind. Niet voor niets sloten de afgelopen tijd steeds meer sterrenchefs hun zaak en heropenden een laagdrempeliger concept. Werner Loens, voormalig hoofdinspecteur van Michelin, zegt hierover: “Drie, vier jaar geleden betaalde je gemiddeld €125 tot €150 per persoon in een sterrenrestaurant. Vandaag is dat al snel €225 tot €250. Die prijsstijging is ontzettend snel gegaan. De gast is daar nog niet aan gewend. Tegelijkertijd zijn de prijzen verklaarbaar: kwaliteit kost geld.” Volgens Loens zit daar het knelpunt: de kloof tussen wat topgastronomie kost en wat gasten bereid zijn te betalen.
“De topgastronomie zoekt een nieuw evenwicht tussen kwaliteit, prijs en de veranderende gastwensen”, zo stelt Loens. “De huidige situatie dwingt restaurateurs om opnieuw na te denken over wat gasten echt willen. Wil de gast vandaag de dag nog steeds een achtgangenmenu? Of wil die liever een à-la-carte-menu? Wil je nog vijf uur aan tafel zitten, of liever twee uur gezellig eten? We zitten in een overgangsfase. En zoals altijd in moeilijke jaren”, vervolgt hij, “staan dan de beste chefs op. Ik denk dat we binnen een jaar of twee, drie weer een nieuw evenwicht vinden – dan vinden gasten die hogere prijzen normaal.”