Verandering lijkt tegenwoordig bijna wel de enige constante. Hoe verandering precies werkt, daar houdt Lucas Simons zich dagelijks mee bezig. Hij is de oprichter van NewForesight en ontwikkelde het TransMission-model waarmee je complexe veranderprocessen ‘eenvoudig’ kunt managen. Het model kan ook foodprofessionals helpen. Food Inspiration sprak met Simons en vroeg hem naar de belangrijkste lessen.
Simons: “Een transitie is een complex veranderproces. Die complexiteit heeft meerdere dimensies. Het is complex omdat de oplossingen waar we naar zoeken radicaal anders zijn dan de oude manier van werken. Dus niet een beetje beter, maar echt fundamenteel anders. Bovendien is het niet één oplossing, maar een mix van oplossingsrichtingen die nodig zijn. En vaak zijn die oplossingen ook nog niet volledig ontwikkeld. Dat zorgt voor een hoge mate van onzekerheid. Om te kunnen slagen, moeten bovendien heel veel partijen mee veranderen. Alleen hebben deze vaak tegenovergestelde belangen. Dat betekent dat simpele oplossingen per definitie niet werken.”
Lees ook Ontwikkelingen op en rondom het bord
Lucas Simons is al meer dan 25 jaar in de praktijk actief in het domein van transitiekunde. Hij is oprichter van NewForesight Consultancy, een strategisch adviesbureau gespecialiseerd in het initiëren en versnellen van duurzame transities. Van 2002 tot 2008 was Simons directeur bij UTZ Certified, destijds het grootste wereldwijde certificeringsprogramma voor duurzame grondstoffen zoals koffie en cacao. Die ervaring werd bepalend voor Simons visievorming rond duurzame transitiemodellen, hoe je markten kunt veranderen en zijn begrip over de fases die oplossingen daarin doorlopen.
5 fases van transities
Samen met André Nijhof (Nyenrode Business University) en Matthijs Janssen (Utrecht University), ontwikkelde Lucas Simons (NewForesight) het TransMissie-model. Het is een praktische, actiegerichte en gestandaardiseerde benadering om echt dingen in beweging te zetten en in de gewenste (duurzame) richting te sturen. Het model bestaat uit 5 fases:
-
Fase 0: Traagheid
In fase 0 lijkt er weinig reden om te veranderen. Het bestaande systeem werkt efficiënt, draait op concurrentie en lage prijzen en voelt onaantastbaar. Iedereen weet wel dat er problemen zijn, maar er is weinig urgentie om zaken te veranderen. Kritiek wordt vaak weggeschoven: “er is meer onderzoek nodig” of “het valt wel mee”. Het oude systeem is te sterk om echt in beweging te krijgen.
-
Fase 1: Start
Een crisis of een nieuwe kans zorgt voor een schok, een gevoel van urgentie: het besef groeit dat er iets moet gebeuren. In deze fase zijn het vaak wetenschappers, NGO’s en pionierende ondernemers die het voortouw nemen. Ze experimenteren met nieuwe ideeën en zoeken naar kansrijke duurzame oplossingen. Dit is de wondere wereld van pilots, proefprojecten en living labs – nog kleinschalig, maar vol energie en verbeeldingskracht.
Het volledige interview met Lucas Simons en zijn lessen voor foodprofessionals vind je in het Food Inspiration Trend- & Transitierapport 2026. Vraag hier de gratis preview aan »

-
Fase 2: Competitie
Duurzame alternatieven komen voorzichtig de markt op. Een paar bedrijven zien kansen en proberen zich te onderscheiden met nieuwe producten en diensten. Maar de vraag naar duurzame keuzes blijft nog klein en de risico’s en kosten voor deze pioniers zijn groot. Daarom is steun en onderscheidend vermogen belangrijk, bijvoorbeeld via keurmerken, erkenning of duurzame inkoop door overheden. Tegelijkertijd moet er druk komen op het oude systeem, zodat het speelveld eerlijker wordt. Als deze fase slaagt, komt er concurrentie op verschillende oplossingsrichtingen.
-
Fase 3: Integratie en synergie
Nu wordt het spannend: de transitie kan kantelen en versnellen. Verschillende losse oplossingen moeten worden samengevoegd en opgeschaald. Er ontstaat een gedeelde toekomstvisie en een roadmap om daar te komen. Samenwerking is cruciaal – bedrijven, overheden, banken, onderzoekers en maatschappelijke organisaties trekken samen op. Het oude systeem moet nu bewust onder druk worden gezet, bijvoorbeeld door belastingen of regels die duurzame keuzes aantrekkelijker maken en vervuilende activiteiten ontmoedigen. Verwacht in deze fase de grootste weerstand van de bestaande partijen die zich op alle mogelijke manieren zullen verweren tegen de kanteling van het systeem.
-
Fase 4: Institutionalisering
De doorbraak is daar: het nieuwe systeem wordt de norm. Nieuwe oplossingen worden breed ingevoerd en oude praktijken worden versneld uitgefaseerd. De overheid neemt nu vaak de leiding door wetten en beleid die de nieuwe standaard vastleggen. Nieuwe regels, infrastructuren en gewoontes worden vanzelfsprekend. Wat ooit vernieuwend en afwijkend was, wordt nu de nieuwe normaal. De aandacht gaat nu uit naar nieuwe uitdagingen die om urgentie en aandacht vragen.
Zoek partners die willen en kunnen veranderen
Iedere (deel)oplossing gaat door alle vier de transitiefases. En in elke fase heb je koplopers en achterblijvers. Gelukkig hoeft niet iedereen eerst overtuigd te zijn voordat je een transitie kunt starten. Simons: “Als je vooruit wilt in een transitie, is het – zeker in de eerste fases – belangrijk om op zoek te gaan naar de partijen die willing and able zijn. Als je continu iedereen aan boord wilt houden, dan is het de langzaamste en meest conservatieve stem die de beweging en het tempo bepaalt. Om stappen te zetten moet je continu partijen insluiten en uitsluiten, belonen en beïnvloeden. Versnelling ontstaat door in elke fase de willing and able te scheiden van de groep die weerstand biedt. Pas als het tijd is om echt op te schalen – fase 3 en fase 4 – moet alles weer bij elkaar komen. Maar er zullen altijd winnaars en verliezers zijn in een transitie. Niet iedereen zal op tijd de overstap kunnen of willen maken.”
Werk samen met je concurrenten
Leiders van bedrijven die willen bijdragen aan een duurzamer voedselsysteem moeten zich realiseren dat 90% van de transitiestrategie buiten hun invloedssfeer ligt. Simons: “Dus, beste leider, het gaat niet om jouw project, onderzoek of productinnovatie. Het gaat erom dat we ons op een andere manier gaan organiseren. De opdracht is om binnen je sector actief op zoek te gaan naar peers die met jou mee willen veranderen – en dat zijn vaak ook je concurrenten.”