Vorige week zaterdag zat ik op het terras van Maison des Crêpes in het centrum van Brussel. Zon op mijn gezicht, koffie in de hand. Een wekelijks ritueel met mijn lief Nico.  Een moment van ontspanning en even niet nadenken. Tot mijn blik bleef hangen op twee mannen die zich een ongeluk aan het sleuren waren met een onwillige vracht chocoladetruffels, bestemd voor een toeristenwinkel in nabijgelegen voetgangersgebied. Het was niet om aan te zien. En ik dacht alleen maar: kan dit echt niet anders?

Met een pompwagen probeerden de bezorgers de zwaar beladen pallets met dozen vol chocoladetruffels over de kasseien te manoeuvreren. Bestemd voor de Belgische toeristenshops verderop in de straat. Dat die ‘Belgische’ truffels made in Italy zijn, laten we het daar maar niet over hebben… Ik had me kunnen storen aan het vervelende geluid, maar ik stoorde me vooral aan het feit dat niemand hier eens over uitzoomt.

Wim Ballieu is een bekende tv-kok en horecaondernemer. In 2012 opende hij zijn eerste Balls & Glory-restaurant, inmiddels is het concept – dat de traditionele gehaktbal centraal stelt op het menu – uitgegroeid tot een succesvolle Vlaamse fast casual keten. Ballieu schrijft voor Food Inspiration over zijn ervaringen als horecaondernemer.

Op hetzelfde moment bladerde ik door m’n papieren weekendkrant. Mijn oog viel op een artikel over de nieuwe metrolijn 3 aan het Station Brussel-Zuid. Meer dan een €1 miljard werd geïnvesteerd in deze nieuwe openbaarvervoerverbinding en de kans is groot dat die lijn grotendeels on(der)benut zal blijven. 

Daar zat ik dan, boven de grond te kijken naar mensen die zich letterlijk kapot werken om onze retail en horeca draaiende te houden, terwijl onder onze voeten blijkbaar kostbare openbare infrastructuur ligt die we niet gebruiken.

Deze paradox bleef hangen.

De horeca staat zogezegd onder druk. Ten minste dat schreeuwen we allemaal. Oplopende kosten, personeelsuitdagingen én vooral: een logistiek verhaal dat iedere dag duurder en complexer wordt.  En natuurlijk: die oranje plofkip aan het roer in de VS die uit eigenbelang nog eens de brandstofprijzen laat crashen, helpt ook niet mee.

"Een stad moet niet alleen leefbaar zijn, ze moet ook werkbaar blijven."

Maar laten we reëel zijn: we hebben het goed hier. In onze centrumsteden wordt het leven aangenamer. Ik heb jarenlang in Gent gewoond, tegenwoordig woon ik in Brussel. Leefbare steden zijn essentieel en geven joie de vivre. Maar onderweg zijn we iets vergeten: een stad moet niet alleen leefbaar zijn, ze moet ook werkbaar blijven.

Onlangs was ik aanwezig op een congres waar CEO’s uit foodservice en leiders van restaurantgroepen samenkwamen in het mondaine Knokke. Daar hoorde ik een sterk verhaal van Olivier Martin van Hanos Groothandel. Een duidelijke oproep – laat ik het woord noodkreet niet gebruiken: er is een logistieke uitdaging.

Bevoorrading van horeca in de steden wordt niet alleen duurder, vaak moeilijker, maar vooral onmogelijk. Leveringen moeten op steeds vreemdere tijdstippen, via steeds smallere tijdsvensters, met steeds meer beperkingen. En niemand wil of kan die extra kosten dragen.

Zijn zorg is begrijpelijk: de gast kan niet voor alles blijven opdraaien, want dan verliezen we in ijltempo ons bestaansrecht als horeca. Dat is een probleem, of een uitdaging zoals ik het liever noem. Bovendien is deze logistieke uitdaging iets wat we als ondernemers niet individueel kunnen oplossen, maar alleen als collectief. 

"Waarom zouden leveringen niet deels ondergronds kunnen gebeuren?"

Ondertussen klagen we als ondernemers over wat niet meer kan en mag. Maar wie durft de fundamenten van ons logistiek systeem ter discussie te stellen? We proberen steeds een systeem dat onder druk staat een beetje efficiënter te maken, maar waarom denken we niet groter? Waarom durven we niet ons logistieke model opnieuw uit te vinden?

Ik zat daar dus, kijkend naar die ploeterende mannen met hun pallets, en dacht: in een tijd waarin we massaal investeren in openbaar vervoer, waarom investeren we niet in openbare logistiek? Waarom zouden leveringen niet deels ondergronds kunnen gebeuren? Waarom zouden we bestaande metrolijnen niet slimmer benutten? Kan er misschien een aanhangwagentje aan de metro gekoppeld? En waarom probeerde nog niemand het? We zijn allemaal voorzichtig geworden. Misschien té voorzichtig.

"De horeca is een motor van onze steden, maar dan moeten we ze wel de ruimte geven."

Ondertussen focussen we in onze binnensteden op de leefbaarheid en discussiëren we vooral over waar we bomen planten en bloembakken zetten. Nogmaals: óók belangrijk. Maar het is niet genoeg. Want een stad die alleen mooi is om in te leven, maar waarin het niet meer mogelijk is om te ondernemen, verliest op termijn haar ziel. De horeca is de motor van onze steden. Van ontmoeting, van economie, van cultuur. Maar dan moeten we horecazaken wel de ruimte geven om te blijven bestaan.

Dus de vraag is simpel. Waar zijn de visionairs? Waar zijn de durvers? Waarom werken politiek en (échte) ondernemers nog zo weinig samen rond dit soort fundamentele logistieke vraagstukken? Want één ding is zeker: met enkel een elektrische bakfiets waar een half palletje op kan, gaan we er niet komen.

Lees ook

Btw-discussie: horecaondernemer Wim Ballieu pleit voor uniformisering regels

Hoog tijd om opnieuw te kijken naar hoe toegevoegde waarde wordt belast