Microalgen gelden al jaren als een veelbelovende bouwsteen voor gezondere en duurzamere voeding. Ze bevatten eiwitten, vezels en micronutriënten. Toch spelen ze in ons dagelijks dieet nog nauwelijks een rol. De Nederlandse scale-up Phycom kan ze op industriële schaal produceren in een gloednieuwe fabriek in Veenendaal, vertelt commercieel directeur Lieneke Hohmann aan Food Inspiration. De grootste uitdaging zit niet in de technologie, maar in de toepassing: hoe krijgen we algen op het bord van de consument?

Lieneke Hohmann werkte jarenlang bij grote corporates, waaronder AkzoNobel. “Het werk was enorm uitdagend en ik reisde voor mijn werk de hele wereld over, maar de focus op de korte termijn en aandeelhouderswaarde begon mij steeds meer tegen te staan.” Ze koos voor een carrièreswitch waarmee ze meer impact kon maken en kwam terecht bij de start-up The Seaweed Company, waar ze de commercie opzette. Na ruim twee jaar stond het fundament en werd het tijd voor iets nieuws. “En toen kwam Phycom op mijn pad.”

Van macro- naar microalgen

Hohmann twijfelde wel even: weer instappen bij een bedrijf waarvan de afzetmarkt nog nauwelijks ontwikkeld is? Ze wist inmiddels hoe moeilijk dat is. “Maar eerlijk: ik word heel blij van werken aan iets waar nog maar weinig mensen vanaf weten, terwijl het wel enorme potentie heeft”, geeft ze lachend toe. Hohmann stapte eind 2024 bij Phycom aan boord als Chief Commercial Officer, met de opdracht microalgen groot te helpen maken. Dat ze daarbij ook kan werken aan twee van haar persoonlijke passies – gezonde voeding en Nederlandse innovatiekracht – maakt dat het voelt alsof het meant to be was.

CCO Lieneke Hohmann en oprichter Erwin Houtzager

Microalgen als ‘supergroente’

Wat Phycom precies doet? Hohmann weet het simpel uit te leggen: “Wij produceren microalgen – chlorella om precies te zijn – op industriële schaal. We ontwikkelen, kweken en drogen algen en verkopen ze vervolgens in poedervorm als ingrediënt aan de voedingsindustrie. We maken gebruik van een unieke fermentatietechnologie, die ons in staat stelt om heel snel en toch gecontroleerd grote volumes te produceren.”

Phycom is in 2009 gestart door Erwin Houtzager. Houtzager werkte jarenlang in de farmacie aan de ontwikkeling van medicijnen om chronische ziektes om te keren, die ironisch genoeg vaak door slechte voeding worden veroorzaakt. Op een gegeven moment besloot hij dat hij zijn expertise in biotechnologie liever wilde inzetten voor de ontwikkeling van gezonde voeding dan voor medicijnen. 

Hij begon met een simpele vraag: wat is gezonde voeding? Platgeslagen komt dat volgens Houtzager neer op drie dingen.

  1. Veel groenten. 

  2. De juiste mix aan voedingsstoffen in de juiste verhouding. 

  3. Voeding die gezond is voor de mens én voor de planeet. Want alleen als iets binnen planetaire grenzen geproduceerd kan worden, heeft het potentie om de wereldbevolking duurzaam te voeden. 

Zo kwam hij op het spoor van microalgen. “Microalgen zijn unieke, eencellige organismen die tussen plantaardig en dierlijk in zitten en de goede voedingsstoffen van beide hebben”, legt Hohmann uit terwijl we in het ontwikkellab staan. “En ze groeien ook nog eens supersnel. Ze staan al miljoenen jaren aan de basis van onze voedselketen. Vissen eten algen en ze zijn als het ware de longen van de oceaan. Maar in onze dagelijkse voeding doen we er nog nauwelijks iets mee. Op een klein stukje bedrijventerrein in Veenendaal kunnen we nu honderden tonnen per jaar produceren.”

Microalgen kunnen in poedervorm in oneindig veel toepassingen worden verwerkt

Kleine dosering, grote impact

Uiteindelijk is het doel om microalgen standaard onderdeel te maken van de dagelijkse voeding. Je eet microalgen in relatief lage dosering, maar het gezondheidseffect zit volgens Hohmann in de optelsom van verschillende goede inhoudsstoffen. “Er zitten eiwitten in, met een heel compleet aminozuurprofiel, vezels en gezonde vetzuren. Daarnaast is het een bron voor vitamine B en nog wat andere vitamines en antioxidanten, zoals luteïne.” 

De potentie voor toepassingen is groot. “Je eet algenpoeder over het algemeen niet puur, maar verwerkt in voedingsmiddelen. Denk aan pasta, brood, crackers of granola. Het zal nooit het hoofdingrediënt zijn, maar stel dat je 10% algenpoeder bijmengt dan krijg je al een substantiële hoeveelheid binnen. Zeker als het gaat om producten die je regelmatig eet.”

De algen zijn gedroogd en hoeven niet gekoeld bewaard te worden. Luchtdicht verpakt zijn ze twee jaar houdbaar. Verwerkt als ingrediënt staan ze in de ingrediëntendeclaratie meestal vermeld als chlorella of microalg. Het is geen E-nummer. Het is een toegestaan ingrediënt in Europa en valt dus niet onder de Novel Food-wetgeving. Hohmann: “Wij werken alleen met algen die al zijn toegestaan als voeding, dus we vallen niet onder die regelgeving. Die associatie met ‘nieuw’ leeft sterk, maar klopt dus niet.”

Van grassig tot umami

Hoe microalgen smaken, varieert per soort. “De chlorella-alg is van zichzelf groen en smaakt puur een beetje grassig. Maar er zijn ook soorten die meer nootachtig smaken, met umamitonen. Dat komt doordat het van nature glutamaat bevat, wat zorgt voor een hartige smaakboost. In die zin zou microalg ook ingezet kunnen worden als zoutverlager. Omdat de dosering relatief laag is, is smaak belangrijk, maar meestal niet dominant.”

Kleur is voor Phycom een cruciaal productkenmerk om op door te ontwikkelen. “Als je alg in voeding toepast, beïnvloedt het de kleur van het eindproduct. Groene alg kan prima verwerkt worden in een supplement of een ‘spinazieproduct’, maar weinig mensen willen een groen brood kopen. Gele alg heeft veel minder impact op de kleur. Sterker nog, het kan juist een fijne ‘gebakken’ indruk geven. Daardoor heb je veel meer toepassingsmogelijkheden. We werken in het lab ook aan een alg die nagenoeg wit is. Dat zit nu nog in een experimentele fase, maar als dat lukt, gaan er nog veel meer markten open. Kleur is dus bijna belangrijker dan smaak.”

Omdat consumenten dat niet weten, moeten we ze daar wel eerst van overtuigen. Ze verwachten soms dat het zilt of vissig smaakt, maar dat is absoluut niet zo. Voedingsspecialisten spelen in het ontwikkelproces een belangrijke rol, want de toepassing bepaalt uiteindelijk mede de smaak. In een smoothie smaakt dezelfde alg anders dan in een droog product. “Eigenlijk wil je dat het zo min mogelijk opvalt. Dat je onbewust een soort verstopte groente toevoegt. Dat is mijn droom.”

Van supplement tot diervoeder

Hoewel microalgen in potentie breed kunnen worden toegepast, bijvoorbeeld als biofuel of in veevoer, richt Phycom zich nadrukkelijk op humane voeding. Hohmann: “Daar ligt voor ons echt de toekomst. Wij hebben geïnvesteerd in een kwalitatief hoogwaardig productieproces in een hermetisch gesloten systeem. Algen groeien goed in relatief warme condities, maar dat geldt ook voor bacteriën, schimmels en allerlei andere verontreinigingen die je er niet in wilt hebben. Dan moet je weer van alles toevoegen om het steriel te maken. Dat willen we niet. Bij ons groeit er absoluut niets anders dan puur microalg.”

Zolang de markt voor microalgen in voeding in Nederland nog klein is, zoekt Phycom actief naar relevante afzetkanalen. “Onze groene algen zijn zeer geliefd voor toepassing in voedingssupplementen, wat een enorme groeimarkt is. Daarin gaat het allereerst om de voedingswaarde. Het is een niche, maar wel een relatief toegankelijke afzetmarkt voor ons algenpoeder. We leveren daarnaast ook selectief aan de diervoedersector. We verkopen bijvoorbeeld microalgen als bijvoer voor biggetjes, wat wordt bijgemengd bij het normale voer. Daarvan is aangetoond dat ze minder snel ziek worden en daarmee minder antibiotica nodig hebben. Dan kan het voor een boer financieel uit, om de biggen algen te voeren.”

Rol in hybride en plant-based producten

Algen passen ook goed in een plant-based dieet. Hohmann: Wetenschappelijk bekeken zitten algen tussen plantaardig en dierlijk in: het is een ander soort organisme. Maar het is in ieder geval niet dierlijk, en dus vegan. Daardoor kunnen microalgen ook in plant-based en hybride vlees- en visproducten een rol van betekenis spelen, al is het maar in kleine hoeveelheden. Bijvoorbeeld om extra voedingswaarde toe te voegen of een product wat ‘juicier’ te maken. Daar kunnen die smaakversterkende eigenschappen ook bij helpen.”

Een burger met microalg

Foodservice: logisch, maar tot nu nog geen focus

“We hebben ons tot op heden nog niet rechtstreeks op foodservice gericht, maar daar zien we wel degelijk volop kansen. Bijvoorbeeld in catering, om medewerkers op het werk gezonder te laten lunchen. Bedrijven en overheden willen daar iets mee. Onze algen kunnen helpen om producten qua samenstelling gezonder te maken. Maar dan moeten er wel producten ontwikkeld worden waar het in zit. Dat zouden we samen kunnen doen.”

Op beperkte schaal zijn de microalgen van Phycom nu al verkrijgbaar in horeca en topgastronomie via leverancier Koppert Cress. Chefs gebruiken ze in de keuken niet zozeer om gezondheidsredenen, maar vooral vanwege de esthetiek en smaak. “Een subtiele hint van geel of groen algenpoeder kan een gerecht een bijzondere finishing touch geven. Dat is qua volume voor ons natuurlijk niche, maar wel heel belangrijk, want zo wordt het langzaam maar zeker zichtbaar voor een groter publiek en ontdekken gasten dat het ook goed smaakt.”

De paradox: simpel organisme, complexe techniek

Phycom werd al in 2009 opgericht, maar is nu pas klaar om op industriële schaal te produceren. “Het is begonnen in de achtertuin van Erwin. Die is als een soort Willie Wortel gaan ontwikkelen. Maar voordat je echt iets hebt opgebouwd, ben je zo een paar jaar verder. Daarna kwam er een pilotfabriek en vervolgens een eerste kleinschalige productiefabriek.” Een paar jaar geleden is een nieuwe investering opgehaald om het bedrijf te laten groeien naar industriële schaal. “We zitten nu in de omschakeling. De nieuwe fabriek wordt ingeregeld en de oude ligt al stil. We verwachten binnen enkele weken de productie weer op te starten.”

“Het is technisch behoorlijk ingewikkeld wat we hier doen. Wij werken met fermentatie. De algen groeien in afgesloten tanks, met behulp van zuurstof, een koolstofbron zoals suiker en eventueel andere voedingsstoffen. De uitdaging is dat je continu dingen moet toevoegen, maar dat er niks anders bij mag komen. Het moet extreem steriel zijn. Dat is geen rocket science, maar komt wel ontzettend nauw.”

“De algen groeien in grote tanks. Als je vanaf nul start, duurt het een paar weken voordat de tank helemaal vol zit, maar daarna groeit het heel constant en kun je elke week oogsten. Het is eigenlijk net als bij een desemstarter. Dat is ook een fermentatieproces, waarbij je de starter moet blijven voeden.”

Duurzaamheid overtuigt bedrijven, gezondheid consumenten

Microalgen kunnen een rol spelen in de verduurzaming van ons voedingspatroon, omdat de productie een relatief lage footprint heeft, zeker vergeleken met dierlijke eiwitbronnen. Op slechts een paar vierkante meter kunnen grote volumes worden geproduceerd. Volgens Hohmann is duurzaamheid voor bedrijven een belangrijke motivatie.

“Ook al lijkt het momentum tijdelijk wat minder, voor bedrijven blijft duurzaamheid een belangrijke drijfveer in inkoop. Voor consumenten ligt dat anders. Daar is duurzaamheid zelden de doorslaggevende factor. Onze marktbewerking richt zich daarom op twee sporen: duurzaamheid richting bedrijven, en gezondheid en smaak richting consumenten.”

“Ik denk dat gezondheid een veel sterkere ingang is in de positionering van microalgen richting consumenten. Gezonde voeding wordt steeds belangrijker, zeker bij jongeren. Het lastige is dat gezondheid heel individueel is. Iedereen heeft zijn eigen ideeën over wat gezond is, en dat is niet altijd fact-based. Daarom is het belangrijk dat er meer onderzoek komt, naar het gezondheidseffect van microalgen bij mensen.”

Makkelijk opschalen

Mensen denken vaak dat microalgen een soort zeewier zijn. “Het is familie van elkaar, groeit allebei in water, maar daar houdt de vergelijking wel op”, legt Hohmann uit. Hoewel zeewier al meer toepassingen in voeding kent, wacht ook die sector nog altijd tot de consument het omarmt. Hohmann kan het weten, want ze werkte een tijdlang in de zeewierbranche. 

“Zeewier maakt onderdeel uit van een kwetsbaar ecosysteem: het is afhankelijk van seizoenen, weersomstandigheden en getijden. Het is ook een cultureel ding, we zijn niet gewend om het te eten. Bovendien is de oogst van zeewier veel arbeidsintensiever en mede daardoor lastiger renderend te krijgen.”

Microalgen hebben wat dat betreft een paar grote voordelen:

  • “Microalgen groeien supersnel en gecontroleerd in een volledig gesloten systeem. Daardoor is de productie uiteindelijk veel makkelijker op te schalen.” 

  • “In een gesloten systeem kun je ook veel gerichter experimenteren, bijvoorbeeld met kleuren en smaken.” 

  • “Algen blijven, net als zeewier, een natuurproduct, wat het interessant maakt voor de voedingsindustrie. Als de vraag vanuit grote spelers aantrekt, zijn wij in staat om grote volumes te draaien en kunnen wij constante kwaliteit leveren conform vaste specificaties en hoge leveringsbetrouwbaarheid.”

  • “Als de fabriek volledig draait, gaat de kostprijs per kilo ook naar beneden. Ook dat is in de voedingsindustrie een factor van betekenis.”

Microalgen zijn eencellige organismen en zijn gedroogd in poedervorm verkrijgbaar

Circulaire productie & internationale expansie

De focus voor de korte termijn is duidelijk. Zodra de nieuwe fabriek volledig operationeel is, moet de afzet zo snel mogelijk op gang komen. Dat betekent: samen met de industrie producten ontwikkelen voor de retail- en foodservicemarkt. “We kunnen opschalen, dus we moeten opschalen.”

Als dat is gerealiseerd, zijn er nog tal van plannen voor de toekomst. De ontwikkeling van een ‘witte’ alg staat hoog op de lijst, evenals meer onderzoek om de toegevoegde waarde van microalg voor de gezondheid aan te tonen. En de footprint van algenproductie is al relatief laag, in vergelijking met bijvoorbeeld andere landbouwproducten en vooral vlees, maar kan nog verder omlaag.

“Dat staat op de wishlist voor de toekomst. Op dit moment voeden we de algen met water en suiker. Dat zijn de grootste inputs, maar die hebben ook een footprint. De volgende stap is water recyclen, zodat je bijna geen vers water meer nodig hebt. Die techniek bestaat al. En daarnaast willen we werken met suiker uit reststromen van de voedingsindustrie. Er zijn veel reststromen die als koolstofbron kunnen dienen. Dat vergt nog ontwikkeltijd. Maar als het lukt om een systeem te creëren dat werkt met gerecycled water, reststromen als input en groene energie voor het drogen, kom je in de buurt van een product met zero footprint. Dat is de ultieme droom.”

Wereldwijd zijn er geen vergelijkbare fabrieken, vertelt Hohmann. “Wij hebben een unieke technologie, dus exact hetzelfde is er niet. Er is een Koreaanse speler, Daesang, die op dit moment marktleider is. In Europa zijn er wel een aantal kleinschalige initiatieven, maar er is nog geen partij die al zo vergevorderd is met opschaling als wij. Met alle geopolitieke onrust in de wereld denk ik dat het juist heel belangrijk is dat we deze productie in Europa ontwikkelen. Nederland is voor ons een goed startpunt: innovatief, overzichtelijk en met Wageningen als sterke kennispartner. Maar het is zeker niet het eindpunt. Het potentieel stopt niet bij de landsgrens. Als deze faciliteit vol zit en het model werkt, is het relatief makkelijk schaalbaar. We kunnen dan relatief snel ook elders een productiefaciliteit neerzetten.”