De Canadese metropool Montréal, gelegen in de tweetalige provincie Quebec, is een verrassende foodbestemming. De energieke foodscène is volop in ontwikkeling en heeft een sterk fundament in de farm-to-table-beweging. Denk: natuurwijnen, lokale producten en boerenmarkten. De stad telt talloze vooruitstrevende zaken met als verbindende waarde: topkwaliteit op het bord en in het glas. Fotograaf Ann-Sophie Deldycke neemt je mee op ontdekkingstocht.

De selectie in dit artikel is een beknopte selectie van plekken aangeraden door mensen uit het vak. De provincie Quebec is tweetalig: Engels en Frans. Wat de bewoners gemeenschappelijk hebben met hun Franse overheersers van weleer, is dat ze houden van wijn. De vier belangrijkste Canadese wijngebieden zijn Ontario, Brits-Columbia, Nova Scotia en Quebec. De laatste decennia is er in Quebec een boeiende (natuur)wijncultuur ontstaan, maar ook de populariteit van lokaal geproduceerde ciders en bieren groeit.

Wie nadenkt over typisch Canadese food klassiekers, denkt waarschijnlijk als eerste aan poutine, gerookt vlees en bagels. Voor wie zich tegoed wil doen aan deze klassiekers zijn dit een aantal must-visits:

  • Twee toppers voor gerookt vlees zijn Schwartz’s Deli en Wilensky

  • Voor bagels ga je naar Fairmount Bagel en St-Viateur Bagel

  • Poutine kun je op uiteenlopende plaatsen verorberen, maar bij Ma Poule Mouillée, een kippenrôtisserie, eet je één van de meer verfijnde versies.

Jean-Talon Market

De Jean-Talonmarkt is de grootste markt van Montréal en bevindt zich in de wijk Little Italy. Deze marktplaats is fantastisch om rond te slenteren, vooral wanneer de zon schijnt. Er hangt een relaxte sfeer, er klinkt muziek uit de boxen en de inwoners van de stad komen er voornamelijk groenten, fruit en bloemen kopen. Er zijn ook verschillende food stalls waar je oesters kan slurpen, taco’s kan peuzelen en aan daiquiris kan nippen. IJs eten doe je bij Havre-Aux-Glaces. Het ijs wordt bereid met vers fruit van de marktverkopers. In de zomer hebben ze zelfs drie soorten aardbeienijs. 

In de buurt van de markt liggen ook heel wat eigentijdse zaken. Bij de keten Café Saint-Henri drink je heerlijke koffie. Maar de nummer één op de must-visit-list moet Mon Lapin zijn, de populairste zaak van het moment. Dit restaurant is de nummer één in de ranking van ‘Canada’s 100 best restaurants 2023’. De wijnbar is een bijzondere plek waar je een speciale gelegenheid kan vieren of gewoon een wijntje gaat drinken en een snelle hap besteld. Een andere markt die zeker een bezoek waard is, is de Marché Atwater, een boetiekachtige markt waar je ter plaatse ook iets kan nuttigen.

La Buvette Chez Simone

Als een van de koplopers in de globale natuurwijnscène kan het niet anders dat Montréal heel wat toffe wijnbars telt. De bonus is dat je er overal ook lekker eet. Sharing dishes staan steevast op het menu. Eén van de favorieten is La Buvette chez Simone. Bijna iedereen uit de horeca in deze gastronomische stad werkte er ooit. De menukaart is kort en bondig. Wanneer je het dubbelzijdig bedrukte menublaadje krijgt, krijg je er ook een potlood bij, waarmee je aankruist wat je wilt bestellen. De gerechten zijn niet ingewikkeld, maar qua smaak heel gebalanceerd. De ceviche, een suggestie van de chef, was on point. De wijnkaart is veelomvattender met een goede mix van traditionele en natuurwijnen. Hun verse ingrediënten halen ze van La Fermette, een boerderij op een uur rijden van het stadscentrum. De Mexicaanse chef Alejandro vertelde me dat ze hier ook moeite hebben met het vinden van gekwalificeerd personeel. Fooien worden volgens de wet in Quebec enkel verdeeld over het bedienend personeel, wat een job in de keuken er niet echt aantrekkelijker op maakt. Recent namen twee van de eigenaars - Gabrielle en Simone - ook de bar twee huizen verderop over. Deze doopten ze om tot Bar à flot. Hier hangt dezelfde losse ambiance, met iets verfijndere gerechten en een focus op zeevruchten.

Beauty’s

Beauty’s is een icoon in deze bruisende metropool. Het is een typische ‘luncheonette’ die ontstond in de jaren veertig. Vroeger kon je er singer-songwriter Leonard Cohen geregeld spotten. Je gaat er best heen met een lege maag, want de porties zijn er Amerikaans. Van acht uur ’s morgens tot vier uur ’s middags, heb je er de keuze uit een Joods of een Frans-Canadees ontbijt. De plek heeft iets nostalgisch, hoewel het interieur in 2021 volledig werd gerenoveerd. Mozaïektegeltjes, formicatafels en het typische felle Beauty’s-blauw staan centraal. De inrichting doet recht aan de geschiedenis van deze plek. Eigenaar Sckolnick vertelt dat de stoelen op een gegeven moment uit elkaar vielen en dat het na de verbouwing rolstoelvriendelijker is. Wanneer ik hem de vraag stelde: “Do you run this place?”, antwoordde hij: “This place runs me.” De favoriet op het menu is de ‘Mish-Mash’; een omelet met hotdog, salami, groene pepers en gefrituurde ui. Wanneer je een ‘Beauty’s Special’ besteld krijg je een bagel voorgeschoteld met roomkaas, gerookte zalm, tomaat en rode ui. Heb je meer zin in een typisch Frans-Canadees ochtendmaal in deze breakfast-heaven? Werk dan rustig de bonen met ham en eieren naar binnen en overgiet dit royaal met ahornsiroop.

Larrys

Wanneer ik aan hospitality-professionals vraagt waar je in deze stad zeker heen moet, valt de naam Larrys keer op keer. Deze gastropub is down to earth en serveert kleine gerechten in combinatie met koffie, bier of wijn. Je kan er ontbijten, lunchen of dineren. Alles is huisgemaakt. Ik leerde er ‘tête de violon’ kennen. Een typisch Canadees product dat een beetje smaakt naar groene asperges. Bij ons heten ze ‘varenscheuten’. Ze werden gecombineerd met andijvie, blauwe kaas en pecannoten. Naast smaakvolle gerechten kun je er ook een sandwich, een oester of een stukje taart eten. De drankkaart is heel ruim. Zelfs een Belgische Oude Kriek en een Geuze staan erop te pronken. Deze gemoedelijke zaak wordt gerund door Marc Cohen. Het eten heeft een Brits tintje, hier liggen dan ook zijn roots. Vroeger werkte hij voor onder andere Gordon Ramsay en St-John Bread & Wine in London. Ernaast baat hij met een compagnon een slagerij uit: Boucherie Lawrence. Bij kleine producenten in Quebec en Ontario kopen ze dieren op die op een eerlijke manier zijn grootgebracht, geslacht en vervolgens van kop tot staart worden verwerkt. De meer toegankelijke stukken verkopen ze in de winkel, de resten verwerken ze in Larrys en Lawrence. De laatste is een fine dining room in het naastgelegen pand, waar je ook verrukkelijke en verfijnde traiteur-gerechten scoort.

Majestique

Majestique is een klassiek succesverhaal. Eén van de redenen van de populariteit is dat de keuken open is tot twee uur ’s nachts. Er hangt altijd een feestelijke stemming en ook hier wordt uitsluitend met topproducten gewerkt. Om nog te zwijgen van, ik val in herhaling, een zeer uitgebreide wijnkaart, met veel wijnen per glas. De zaak heeft een trouw publiek, wat je direct merkt aan de ontspannen losse aanpak. De bar bestaat bijna tien jaar en staat bekend om het kitscherige interieur. Het doet denken aan de geheime grot van Ali Baba, in een circusachtige entourage vol met prullaria die samen toch één geheel vormen. Het menu focust op vis, zeevruchten en groentebereidingen. Voor oesters is er zelfs een happy hour. De schelpen worden geserveerd met de typische ui-vinaigrette en een pittig appelazijnsausje met mierikswortel en limoen. Een andere huisklassieker: de hotdog met koolsla, gefrituurde prei, mosterd en pikante mayonaise. Als je er in de zomermaanden vertoeft, is de verse krab een must, en een op-en-top Canadese specialiteit. Wat deze tent zo aantrekkelijk maakt, is dat je het qua rekening zo bont kunt maken als je portemonnee toelaat: van over-de-topluxe met champagne en oesters tot lowbudget met een goed glas bier en frietjes.

Le Plongeoir

Le Plongeoir opende begin dit jaar en is wat de Canadezen een ‘dive bar’ noemen. Een genre buurtbar waar de lokale hipsters komen om iets te drinken, bij te kletsen en in dit geval te biljarten. In deze ‘new kid on the block’ kun je daarnaast ook iets lekkers snacken. Hun charcuterie kopen ze bij Aliment Viens, een zaak die zelf ook zeker een bezoekje waard is. Het logo is er één uit duizend: een worst met aan het uiteinde een varkenskop. Dit handelsmerk hangt in neon dag en nacht te shinen in de etalage. De focus van de wine dive bar ligt voornamelijk op Franse en lokale natuurwijnen. Het idee van de drie eigenaars ontkiemde nog voor de corona-periode. Antoine en Frédéric werkten allebei in een wijnbar en staken met wijnimporteur John de koppen samen. Een informele wijnbar met betaalbare dranken en simpele gerechten die gemakkelijk achter de bar kunnen gemaakt worden, was er nog niet in de stad. Et voilà. Op het krijtbord lees je de suggesties, zoals mortadella en baba ganoush. Het interieur is basic met als eyecatcher de klassieke kleurrijke lamp van brandglas die boven de blauwe biljarttafel pronkt. Ook de andere verlichting is perfect afgestemd, waardoor de sfeer helemaal klopt.