Een kerk, een café en een Chinees. De heilige drie-eenheid die vrijwel iedere Nederlandse gemeente in huis heeft.

Als vierde komt daar vaak nog een snackbar bij, die tegenwoordig óók vaak gerund wordt door Chinese ondernemers! Food Inspiration ging op zoek naar het geheim achter het succes van de Chinees.


Vroege fusion
De Chinees heeft de Nederlander buiten de deur leren eten. In de jaren ’20 van de vorige eeuw opende het eerste Chinese restaurant van Nederland haar deuren. Het restaurant in Rotterdam richtte zich op de Chinese gemeenschap die werkte in de haven. Er gebeurde al snel iets dat een rode draad vormt in de geschiedenis van Chinese horecaondernemers in Nederland: de ondernemers zagen een veranderende vraag en pasten hun aanbod daarop aan. Nederlanders die in die tijd terugkwamen uit Nederlands-Indië verlangden terug naar de gerechten die ze daar aten. Chinese ondernemers pasten hun menu aan en noemden zich Chinees-Indische restaurants. Ze kookte de recepten uit Indonesië, aangepast aan de Nederlandse smaak en bereid met Nederlandse ingrediënten. De allereerste vorm van fusion.

 


 

Dark kitchens
De afhaal- en bezorgrevolutie. De Chinese sector heeft het genre in Nederland zo ongeveer uitgevonden. Het klinkt oubollig, want bekend, maar de afhaalchinees was zijn tijd ver vooruit. Waar het gevecht rondom de ‘grootste’ van de bezorgdiensten hevig woedt en Uber het heeft over ‘Dark Kitchens’, productiekeukens die alleen voor de bezorging zijn ingericht, doen Chinese ondernemers al jaren niet anders. En dat al een jaartje of zeventig.
 

The secret of our success. Wat maakt Chinese ondernemers zo succesvol?
Liping Lin is directeur van de Vereniging van Chinese Horecaondernemers. Zij doet voor ons uit de doeken waarom Chinese ondernemers in Nederland al bijna honderd jaar succesvol zijn: “We voelen ons niet te groot om de gast op de eerste plek te zetten. Natuurlijk zijn we trots op onze keuken en traditie, maar als de Nederlandse smaak vraagt om andere gerechten dan de traditionele, dan maken we dat graag. Een ondernemer vertelde me eens dat hij zich als kok eigenlijk een kunstenaar voelde. Vanuit zijn eigen inzichten kan hij de meest bijzondere creaties maken. Kan, want dat doet hij niet. Hij runt namelijk geen museum, maar een business. Aangezien de meeste kunstwerken pas na de dood van de kunstenaar geld opleveren, verdiende hij liever nu zijn geld door zich aan te passen aan de wensen van de gasten. Dan maar iets minder kunst. Daarom zijn we in de jaren vijftig Chinees-Indisch gaan koken. Tijdens de recente crisis deden veel ondernemers hetzelfde. Ze zagen dat sushi heel populair werd, maar ook heel duur was. Toen openden ze all you can eat sushi restaurants waar de consument veel sushi krijgt voor relatief weinig geld. Het bleek een gat in de markt.”

 


 

Chinese handel en wandel
Chinese ondernemers zijn altijd scherp op nieuwe kansen. Die ondernemersgeest, die zit in veel Chinezen die in Nederland wonen. Vaak kwamen ze uit Chinese kustgebieden en de havensteden naar Nederland. In die steden heerste al decennia lang een handelsgeest. Mensen waren het er gewend om langere tijd van huis te zijn om handel te drijven. Toen deze mensen in Nederland aankwamen zagen ze kansen, en pakten die. En met succes. Inmiddels zit in ieder Nederlands dorp wel een Chinees.

Chinees in cijfers:
Nederland telt 2.454 Chinese restaurants, waarvan:

  • Chinees-Indische restaurants: 1734

  • Japanse all-you-can eat restaurants: 360

  • Overige Aziatische restaurants, zoals fusion keuken, specialiteitenrestaurants en wereldkeukens: 360.

(Bron: VCHO)